Protocols, Clients,
Toepassingen voor locale netwerken

Je hebt na de hardware installatie niet veel meer nodig om een netwerk in gebruik te nemen: driver voor je netwerkkaart, een LAN- protocol en de juiste clients zijn voldoende. Mooi is daarbij dat geen enkele producent het zich vandaag de dag meer kan veroorloven, zijn besturingssysteem zonder de benodigde modules te leveren.

Of het nu Windows 95, 98, Millennium Editie, 2000, XP Linux of MacOS beet: je komt met alle besturingsystemen op het lokale netwerk. Bovendien wordt de noodzakelijke software daarvoor (nagenoeg) volledig meegeleverd. Wie een kant en klare computer koopt krijgt meestal Windows als besturingssysteem. Deze pc is softwarematig aan een netwerk aan te sluiten. Hardwarematig ontbreekt vaak een netwerkkaart in de net gekochte pc. Die moet je dus nog (achteraf) bijkopen. Want met name "complete" systemen hebben vaak geen netwerkkaart onboard.

Welke netwerkkaart je koopt maakt niet uit, als je er maar voor zorgt dat er drivers voor je besturingssysteem bij zitten. Geen producent kan het zich nog permitteren om geen drivers voor Windows bij de netwerkkaart mee te leveren. Ook Windows ME (Millennium Editie) en Windows 2000, XP worden door de meeste netwerkkaarten ondersteund. Bij Linux en Mac- OS ziet het plaatje er wat anders uit. Terwijl open source systemen uitgebreide ondersteuning voor gebruikelijke netwerkkaarten met DEC- Realtec- of Intel- chips aanbieden moet je voor MacOS goed zoeken. In twijfelgevallen is het een goed idee om een blik op de website van de producent van je netwerkkaart of chipset te werpen.

Het is in ieder geval verstandig om niet alleen bij de producent van de netwerkkaart maar ook bij de producent van de chipset te zoeken. Dit is handig voor het updaten van je driver of voor het downloaden van andere handige utilities. Vooral voor de op veel netwerkkaarten gebruikte chipset van Realtek bestaan meestal hetere drivers dan de standaard meegeleverde drivers bij je netwerkkaart. De Realtekchips komen veel voor op goedkope netwerkkaarten. De marge op deze netwerkkaarten is dan schijnbaar te laag om er fatsoenlijke drivers bij te leveren. Als je op zoek bent naar drivers voor je Linux-systeem moet je eens op de web site van Donald Becker kijken. Als je van plan bent om een nieuwe Mac te kopen, die minimaal fast-ethernet onboard moet hebben, kun je direct je Mac in het netwerk hangen.

Knutselen

Windows NT en Linux laten de installatie van de driver van je netwerkkaart over aan de gebruiker. Windows herkennen de netwerkkaart automatisch en installeren de corresponderende driver. Ten minste in theorie. In de praktijk gaat dit nogal eens fout en kun je achteraf alsnog bandmatig de driver voor je netwerkkaart installeren.

Aan de eigenschappen van je netwerkomgeving voeg je een netwerkkaart toe; door op toevoegen te klikken en dan jouw adapter te selecteren. Dan kies je uit de lijst van fabrikanten de fabrikant van je netwerkkaart en selecteer je bij netwerkadapters je netwerkkaart. Door op diskette te klikken kun je de diskette gebruiken die bij je netwerkkaart is meegeleverd om je netwerkkaart te installeren. Het kan ook zijn dat je de driver van het Internet hebt opgebaald en op je harde schijf hebt opgeslagen. Indien dit het geval is moet je natuurlijk bladeren naar de juiste locatie van je drivers om de netwerkkaart te installeren.

Als je netwerkkaart correct geïnstalleerd is ontbreekt er nog een netwerkprotocol en client software. Meestal is het aan te bevelen om Client voor Microsoft netwerken te gebruiken die voor de communicatie via de zogenaamde 5MB (Server Message Blocks) verantwoordelijk is. Hiermee kun je niet alleen via Windows netwerken communiceren maak ook via Samba met Linux. Bij het gebruik van speciale clients kun je ook communiceren met Apple computers.

"Rumours" zeggen dat je bij Windows meerdere netwerkprotocollen moet installeren. Dat is niet waar: voor een netwerk is een enkel protocol voldoende hoewel de standaardinstallatie ook meerdere protocollen installeert. De keuze van het protocol is makkelijk: wie alleen een netwerk zonder internettoegang wil inrichten kiest NetBEUI. éénvoudiger kan niet.

TCP/IP heb je nodig als je wilt surfen op het Internet. Via een lokale externe toegangsadapter of via een router ben je klaar om de wijde wereld te gaan verkennen. Elke computer in het netwerk beeft een eigen IP-adres nodig dat je handmatig moet instellen. Als een Windows server met DHCP de automatische verdeling van IP-adressen aan clients overneemt, is dit niet nodig. Windows 98 SE kan weliswaar automatisch IP-nummers verdelen zonder DHCP-server, maar het is heter om bandmatig de IP-nummers toe te kennen. Voor het netwerk komen hiervoor de zogenaamde "privé" IP-adressen in aanmerking; deze liggen bij een C-klasse-netwerk in het subnet 192.168.0.x met subnetmasker 255.255.255.0.

Als je TCP-IP voor de Internettoegang en voor het netwerk gebruikt heb je een probleem. Als je bestands- en printerdeling geactiveerd hebt kan in theorie iedereen via het Internet je lokale resources benaderen. Om dit te voorkomen is het uitschakelen van bestands- en printerdeling een wat grove oplossing. Gevolg is wel dat je dan ook de toegang tot de resources op je eigen netwerk uitschakelt. Een hetere oplossing voor dit dilemma is het installeren van NetBEUI als tweede protocol en de binding Client voor Microsoft-netwerken bij TCP/IP uit te schakelen. Door deze wijziging gaatje netwerkverkeer over NetBEUI en belandt niet op het Internet. Surfen is dan nog steeds mogelijk via TCP/IP.

Het protocol IPX en de Client voor NetWare-netwerken zijn alleen nodig om toegang te krijgen op een NetWare-Server. De uitzondering bevestigt de regel: sommige netwerkspellen hebben IPX nodig. Als je deze spellen wilt gebruiken is IPX noodzakelijk. Vergeet niet ook hier de binding naar de Client voor Microsoft-netwerken uit te schakelen.

Familiebende

Iets dat Windows 2000, XP en 2003 standaard doen, moet voor Windows 9x expliciet worden ingesteld. Bij "Configuratiescherm/Users" zijn voor elke gebruiker instellingen, zoals de look van je desktop en netwerkverbindingen, te configureren. Nieuwe gebruikers zijn gemakkelijk te creëren door gebruikersnaarn en wachtwoord aan te melden. Na bevestiging van het wachtwoord is de account actief, verkrijgt toegang op het netwerk en naar misschien gedeelde netwerkresources van andere Windows- 9x-computers. Alternatief is dit ook mogelijk via "Configuratiescherm / Users". Voor Windows 9x is hiervoor geen eigen gebruikersdatabase nodig.

De "Family Logon" van Windows 98 heeft weinig met een heus netwerk te maken. Dit is echter slechts een soort "maak je familie bekend" op je pc: opa, oma, pappa en mamma krijgen hun eigen desktop-omgeving door uit een reeks bekende gebruikers een keuze te maken. Hiervoor verschijnt bij de start van Windows een menu met alle user-accounts die bekend zijn op je systeem. Na het kiezen van je persoonlijke account en bet invullen van je persoonlijke wachtwoord herstelt Windows de individuele instellingen. Hiervoor moet Family Logon als additionele client worden geïnstalleerd en als "primaire netwerkaanmelding" geselecteerd zijn. Family Logon maakt bet voor de gebruiker makkelijker om een keuze te maken uit standaard accounts: een nieuwe gebruiker kan biermee niet worden aangemaakt.

Veiligheidsinstellingen, bijvoorbeeld toegang weigeren naar bestanden of directories, zijn met deze profielen onder Windows 9x niet mogelijk. Bij Windows NT en 2000 is dit anders. Elke gebruiker die zich op een computer wil aanmelden moet eerst in de gebruikersdatabase door de beheerder zijn aangemeld. Dit geeft de beheerder de mogelijkheid om bepaalde bestanden en directories voor sommige accounts dicht te spijkeren. Standaard is ingesteld dat alle directories toegankelijk zijn voor alle gebruikers. In een netwerk kan dit wel eens voor verwarring zorgen: toegang tot netwerkresources die op een Windows NT, 200x, XP computer vrijgegeven zijn, is alleen mogelijk voor die gebruikers die in de gebruikersdatabase van de desbetreffende computer bekend zijn, ook als bij het toekennen van de toegangsrechten de toegang voor iedereen is vrijgegeven. Dit betekent letterlijk: "alle user accounts in de database", en niet elke willekeurige gebruiker.

Er bestaat wel een mogelijkheid om dit te omzeilen: in de gebruikersdatabase van een Windows NT, 200x, XP computer bestaat een account "gast" dat standaard niet geactiveerd is. Als deze geactiveerd wordt is de toegang feitelijk voor "iedereen" mogelijk om op bestanden in te grijpen die met dit account werden aangemaakt. Bij het delen bijvoorbeeld van directories onder Windows NT, 200x, XP, moet erbij elke gastaccount dus goed over nagedacht worden of daadwerkelijk elke willekeurige gebruiker toegang mag hebben, ook als gebruikers niet in de Windows NT, 200x, XP database bekend zijn.

Als onder Windows 9x het logonvenster niet op de monitor wordt weergegeven en dus (voor een logout en dan de eerst volgende login) het netwerk niet te gebruiken is kan het soms helpen om alle: *.pwl-bestanden in de directory windows te wissen. Het nadeel hiervan is wel dat je je opnieuw moet aanmelden op deze computer door je gebruikersnaam op te geven en twee keer je wachtwoord in te toetsen. Dit geld natuurlijk voor alle gebruikers die voorheen op dit systeem ingelogd hadden.

Vrijgeleide

Wat Windows NT en 2000 automatisch klaarspelen heeft bij Windows 9x nog enige voeten in de aarde: niet alleen netwerktoegang krijgen maar ook de toegang tot je eigen computer mogelijk maken. In de instellingen voor de netwerkomgeving moet hiervoor de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken geïnstalleerd zijn. Dan klik je op Bestanden en printers delen en plaats je een vinkje in de desbetreffende checkbox.

Het delen en toekennen van via netwerkresources gebeurt dan bij directories of volledige harde schijven via de Windows-Explorer, bij netwerkprinters via de map printers in Deze computer. Ook de commandoregel kan je van dienst zijn: het commando net use is voor toetsenbord- fanaten vaak eenvoudiger dan de configuratie via de GUI (Graphical User Interface). Dan moet je wel de naam van de computer en de resource weten. Deze worden volgens de zogenaamde Universal Naming Convention (UNC) in de vorm \\computernaam\resourcennaam toegekend.

Dit werkt overigens vaak ook als het doorzoeken van het netwerk naar een resource eens niet wil lukken omdat de browser van Windows met enige vertraging werkt. Het direct aanroepen van de UNC-naam bij de functie "Netwerkverbinding maken in de Windows Explorer helpt je dan meestal verder. Dit procédé is bovendien noodzakelijk als je met een besturings- systeem zoals OS/2 of Linux wil communiceren die de functionaliteit van de browser van Windows normaliter niet ondersteunen.

Ook de exploitatie van Windows-resources onder Linux wordt via Samba vanuit de commandoregel toegepast, mits je niet een systeem zoals Corel Linux met geïntegreerde netwerkbrowser gebruikt. Om de gedeelde resources weer te geven is het commando;

smbclient -L //Servernaam -U Usernaam

nodig, om Windows-resources op een Linux- computer zichtbaar te maken gebruik je het commando mount met de parameters:

-t smbfs -o username=usernaam password=wachtwoord //servernaam/resourcenaam
Mount-Point Als de Linux-server-versie van Samba werkt, werkt ook de toegang naar Linux-resources vanuit een Windows-computer net als bij het gebruik van Windows-net- werkresources.


Zondag 20 Juli 2003 - 20:05